Hoe is het weer bij jullie?

Hoe is het weer bij jullie?

Dat is steevast één van de eerste dingen die mensen die ons opbellen vragen. “Hoe is het weer bij jullie?”  Het is immers heel belangrijk voor sommigen om dat te weten te komen. En waarom? Ik weet het niet. Je zou denken dat alleen Nederlanders daar erg nieuwsgierig naar zijn, maar bij de Fransen is dat niet anders. Als je in gesprek komt met een Fransman gaat dit ook gegarandeerd over het weer. In de winter is het, hoe koud is het nu in Nederland en hoeveel sneeuw ligt er? Waarschijnlijk hebben de Fransen op school geleerd dat Nederland een soort noordpoolland is. Want als je dan vertelt dat het niet iedere winter sneeuwt en dat het ook best een graad of 10 kan zijn, zijn ze hevig verbaasd. Het idee over onze zomermaanden is anders want als je vertelt dat we een prachtige zomer hebben met temperaturen boven de 20 graden, kijken ze je heel verbaasd aan. Zo wie zo vinden ze 20 graden te koud voor de zomer en dan zeggen ze er dikwijls bij, en al die regen dan die jullie ’s zomers hebben? De Fransen hebben dus geen idee hoe het klimaat in ons kikkerlandje er uit ziet. Zelf hebben ze het ook altijd over het weer. Als het koud is, zeggen ze, “ce n’est pas chaud”  (het is niet warm) als het warm is, zeggen ze: “ce n’est pas froid” (het is niet warm) . Ook een manier dus om aan te geven hoe je het weer vindt. Ook hiermee merk je dat Nederlanders veel directer zijn. Het is koud of het is warm, geen smoesjes er omheen winden. De manier hoe je zegt wat voor een  weer het is,  is heel anders. “Il fait mauvais temps”, het is slecht weer en “Il fait beau temps”, het is mooi weer.

Zo zie je maar; het weer is en blijft heel belangrijk, of je nu in Nederland woont of in Frankrijk.

Carcassonne “La Cité”

Carcassonne “la Cité”

De stad dankt zijn naam aan een legende:

Indertijd werd de stad 5 jaar lang belegerd door Karel de Grote. Toen de stad dreigde onder te gaan aan een hongersnood heeft Madame Carcas haar met haar laatste koren vetgemeste varken over de muur gegooid. Het beest spatte uiteen en de bezetter vond dit zo’n akelig gezicht dat hij de aftocht blies.

Madame Carcas probeerde Karel de Grote terug te roepen met de woorden:  Sire, Carcas te sonne.

Zo komt Carcassonne aan zijn naam.